Welkom op ons weblog!

Dit is het digitale dagboek van Cor (56jr.) en Ingrid (49jr.) Wij gaan 5 weken lang rondtrekken met een camper door Canada en NW-Amerika. Het is voor ons de 6e keer dat we de grote plas oversteken en deze landen gaan bezoeken.

We vertrekken op zaterdagavond 25 augustus om 19.00 uur met een Airbus 330 van Air Transat, vluchtnummer TS 509, naar Calgary, Canada en komen op zaterdagmiddag 29 september, vluchtnummer TS 508, om 14.40 uur vanuit Calgary weer aan op Schiphol.

Maandag 27 augustus halen we een 25ft camper op bij Cruise Canada en gaan we aan de rit, westwaarts, door Canada. Bij de grens met Washington gaan we de USA in en slingeren dan door de mooie staat Washington richting Seattle. We nemen de ferry naar Port Townsend en gaan dan het Olympic National Park bezoeken. Van daaruit gaan we via Mount Rainier, Mount St. Helens, via een mooie route door het binnenland van Oregon (Crater Lake NP) richting Noord Californie, (San Francisco) door Yosemite NP naar het oosten, via Noord Nevada, Utah, Wyoming (Yellowstone NP) naar onze favoriete staat Montana. Vanuit Montana is het een kleine sprong terug naar Calgary. 

We vinden het erg leuk als er een hoop mensen over onze schouder gaan meekijken door middel van dit weblog. We hopen dan ook veel reacties op onze berichten krijgen, dat geeft een extra dimensie aan onze reis en het is natuurlijk leuk om op deze manier iets van het thuisfront te horen.

Als je een reactie wilt plaatsen klik dan op ‘Reageer’ onder een bericht.

Advertenties

Monique van het AllesAmerika forum heeft Streets and Trips geinstalleerd op mijn laptop zodat ik zelf routekaartjes kan maken, leuk he? Dit is een kaartje wat ik in Leavenworth WA heb gemaakt en deze geeft aan welke route we tot en met 29 augustus hebben gereden.Als je op het kaartje klikt krijg je een duidelijker versie

Route_1e_dagen

Vertrekdag

Vandaag is de dag van vertrek aangebroken. Ik ga zo nog even Beemsterkaas halen want dat is het enige nadeel van Amerika, de kaas is niet te eten. We vertrekken van huis om een uur of 3, Kees brengt ons, we halen oma even op in Beverwijk, die gaat ook gezellig even mee uitzwaaien. Mark komt direct naar de vertrekhal, die moet nog tot 3 uur aan vliegtuigen sleutelen..(helaas niet de onze dit keer, anders had hij nog even extra alles nagelopen) Dan gaan we inchecken en daarna nog even koffie drinken met de familie. Zo is het plan tot aan het vliegtuig. Om 19.00 uur kiezen wij, alles het goed is, het luchtruim. Bedankt alvast voor alle reacties, heel leuk! Wordt vervolgd…

Hallo allemaal, op dit moment zit ik in een onwijs luxe hotelkamer met wifi op mijn laptopje dit verslagje te typen. Het was gisteren een dag van files en wachten. We gingen netjes om 3 uur van huis, Kees reed, en toen we oma opgehaald hadden in Beverwijk stonden we gelijk in een onwijze file op de A9, we reden 100 m in een kwartier. Toch redelijk op tijd op Schiphol want er stond ook daar weer een lange rij mensen te wachten bij rij 28. Ingecheckt en terug naar Kees, oma en Mark, die ondertussen ook gekomen was. Lekker even aan de koffie en van Kees en oma afscheid genomen. Mark liep met ons mee naar het vliegtuig, die heeft natuurlijk overal toegang op Schiphol. Even over 7 uur, dus geen vertraging, kozen we het luchtruim. We stegen op naar het zuiden dus helaas niet over ons huis gevlogen. De ruimte bij Air Transat om te zitten is echt krap dus het was een beetje afzien 9.5 uur. Heel grappig was dat we steeds net de duisternis voorbleven maar toen we gingen inzetten om de landing te maken toen begon het te schemeren. Bij de luchthaven viel mijn oog gelijk op een airportshuttle die bijna vertrok naar downtown Calgary dus daar gelijk ingestapt en naar dit hotel International gereden. Tsjonge wat een luxe kamer, helemaal met twee slaapkamers apart, met giga grote bedden, een zithoek, een grote tafel voor zes personen, een keukentje, twee grote lcd tv’s (ook een op de slaapkamer) en draadloos internet dus.. We blijven hier tot maandagmorgen en dat is dus geen straf. Cor heeft goed geslapen, ik niet. Nu gaan we naar beneden om te kijken wat het restaurant te bieden heeft aan ‘breakfast’. Tot gauw!

Uitchecken hotel

Vandaag gaan we uitchecken en de camper ophalen. Ik zit nu nog in het hotel maar als we de camper gaan halen denk ik dat we voorlopig even geen internetverbinding meer hebben. Gisteren was een miezerige dag en hebben we wat gechilld en ge-internet in onze kamer. In de namiddag werd het droog en gingen we aan de loop naar de Calgary Tower. Daar bovenin hadden we een onwijs mooi uitzicht over Calgary. 10 jaar geleden hebben we de toren ook bezocht met onze boys maar toen zagen we nog veel meer, het was toen helder. We hebben daar gisteren ook gegeten in een ronddraaiend restaurant, gaaf hoor. Op tijd weer naar bed en ietsje beter geslapen. Ik heb net de eerste foto’s gedownload, die kunnen jullie alvast bekijken. Tot de volgende keer!

Hallo allemaal, we staan hier op een parkeerplaats in Cranbrook illegaal te internetten. We zijn gisteren vertrokken uit Calgary met een hele mooie redelijk nieuwe camper. We zijn tot aan Banff gereden en hebben daar overnacht op de Tunnel Mountain campground. Tjee wat was het daar koud maar mooi zeg! Mooi weer erbij maar volgens mij vroor het. s’Avonds zijn we Banff ingeweest en hebben daar een van Cor z’n hobbies uitgevoerd, spare ribs eten.. Midden in de nacht kreeg ik een smsje van Jerre uit Bangkok, byzonder he? We zijn vandaag gereden tot Radium Hot Springs en hebben daar heerlijk in het zonnetje op een terrasje geluncht. We zijn toen verder gereden naar Cranbrook, waar we nu zijn. We hebben de route dus alweer gewijzigd want we wilden eerst eigenlijk over Golden gaan maar vonden dit toch een betere weg, hij was echt adembenemend met mooie bossen, meren en besneeuwde Rockies en ook nog eens mooi zonnig weer erbij. We gaan nu weer verder richting the USA border, die we net niet gaan halen vandaag. Ik heb nog wat foto’s toegevoegd van o.a. de camper. Tot snel weer!

Hallo, hier zijn we weer vanuit Leavenworth Washington. Het laatste bericht kwam uit Cranbrook, vandaaruit nog een flink eind doorgereden tot heel dicht bij de grens. Daar was een mooie camping op een Provinciaal Park bij the little town of Yahk, waar we de nacht doorbrachten. De volgende morgen na nog een dikke honderd km westwaarts kwamen we bij de grens Canada/USA bij Metaline Falls. De route van Yahk naar de grens was verrassend mooi met prachtig weer erbij. We kwamen vlot de grens naar Washington over, het was een kleine grenspost en de douane was zeer relaí. We troffen een strakke indiaan met elvis kapsel en zonnebril. De route bleef adembenemend, ook in de USA. De eerste flinke plaats die we tegenkwamen was Colville, wat boodschappen gedaan en toen gegeten in Kettle Falls. Daar staken we de mighty Columbia River over, we reden westwaarts richting Republic, daar bogen we af recht het zuiden in, op zoek naar een primitieve campground. Die vonden we 10 mile ten zuiden van Republic. Het mooiste plekje tot nu toe. Er waren maar 5 plekken en we konden uit allemaal kiezen, er was niemand. Bij het mooiste plekje sprongen we enthousiast allebei de auto uit om te gaan kijken en toen sloeg het noodlot toe. We keken elkaar heel gezellig aan, want wat was het geval? De portieren waren om een of andere duistere reden allebei in het slot gevallen en de sleutels zaten nog in het contactslot met een draaiende motor. Alle ramen en deuren zaten op slot dus en wij stonden met niets in onze handen buiten naast een camper met draaiende motor in the middle of nowhere… De bescheiden hoeveelheid hersenen van Cor (is zijn eigen tekst) werkten koortsachtig, de stoom kwam uit zijn oren. Er ging heel wat door onze hoofden heen, hoe we dit nu moesten oplossen. Gelukkig had ik mijn mobieltje in mijn zak en probeerde 911 te bellen, niet dus, ook daar waren we te diep voor in een ravijn, zelfs Tomtom kon daar geen satellieten vinden dus dan weet je het wel. Zucht.. Verder grote stilte om ons heen, op de weg ging er 1 auto per 2 uur langs en terug lopen naar Republic was 16 km en de schemering viel al in. Na een kwartier moest Cor tandenknarsend (prothese) toezien hoe Ingrid de oplossing vond. Een van de ramen trilde onder het rijden wat en ik had al in Calgary gezien dat de sluiting af en toe los trilde. Ik voelde en warempel, na wat geheen en weer kreeg ik het raam open!!!!!! Het was wel hoog, dus Cor op zijn hurken, ik op hem geklommen en door het raam geklauterd. Dus dat liep gelukkig met een sisser af. De plek was haast niet te overtreffen, ook weer dicht aan een riviertje waar Cor zich lekker kon badderen de volgende ochtend. Na een rustige nacht en een stevig ontbijt gingen we weer op weg in zuidelijke richting, door het Colville Indian Reservation. Onze eerst stop vandaag was bij de Coulee Dam. We kwamen op het juiste moment aan want er begon net een rondleiding in de gewelven van de Dam, gaaf joh! Zie foto’s. Een paar mijl verderop was het dorp Grand Coulee, daar hebben we koffie gedronken. Toen gereden in zuidelijke richting langs het Banks Lake een ongelooflijke mooie afwisselende route. Bij Coulee City gingen we westwaarts. We hebben deze reis voor het eerst een Tomtom mee en daar hebben we heel veel gemak van, hij stuurt ons over de mooiste wegen. We gingen door en langs duizenden akkers heuvelachtig goudkleurig bouwland waar de graanoogst net op zijn eind liep. Bij Orondo kwamen we terecht in een fruitteeltgebied en hebben daar lekkere appels en tomaten gekocht. We zijn gestopt in Leavenworth op een Koa camping waar we net lekker gedoucht en de boel gewassen hebben. Ze hebben hier draadloos internet vandaar dat ik zo’n uitgebreid verslag heb geschreven. De foto’s zijn ook geplaatst. De laatste foto’s zijn van deze camping waar we nu zijn. Het routekaartje boven aan dit weblog is aangepast, je kan daar zien hoe we tot en met vandaag gereden hebben. Voor morgen is het reisplan als volgt, we gaan dwars door de Cascade Range naar Everett (Boeing fabriek), vlak boven Seattle. Bedankt voor alle reacties, blijf vooral schrijven, we genieten daar met volle teugen van, net als van onze reis tot nu toe.

Vrijdag 31 augustus.  Onze eerst nacht op een KOA camping is goed bevallen, we hadden een aardig plekje op een helling met een mooi uitzicht. Om een uur of half 10 zijn we weer gaan rijden over een prachtige weg, westwaarts door de Cascades, o.a. over de Stevens Pass, echt heel mooi.

We hebben koffie gedronken langs deze weg in een karakteristiek primitief, al jaren lang stilstaand in de tijd, koffiehuisje/winkel/postkantoor met een antieke serveerster en ongure locals als gasten, geweldig! Toen vervolgden we onze mooie route richting Everett en daar gingen we op zoek naar de Big Boeing fabriek. Ook daar begon net een tour, dus wij in een volle bus richting het grootste gebouw (in volume) ter wereld. Goh, wat vonden we dat gaaf om daar te zijn, in het hart van BOEING. We mochten helaas geen foto of filmtoestel mee naar binnen nemen. We hebben de Dreamliner 787 gezien in aanbouw, dat is de opvolger van de 767. Ook zagen we drie 777’s in aanbouw, prachtig, wat hebben we genoten! Daarna hebben we het naastgelegen museum bezocht en hebben daar ook een warme hap gegeten. Het was toen half 5 en we besloten om de Interstate 5 te volgen in noordelijke richting tot aan Mount Vernon. Van daaruit zijn we gaan eilandhoppen over de highway 20 over o.a. Whidbey Island tot aan de ferry naar Port Townsend. Deze route was erg verrassend, weer een hele andere omgeving met veel water om ons heen. Het zijn hoge eilanden met mooie dorpjes erop. We zijn doorgereden tot aan de ferry, die we net zagen aankomen. We gingen nog niet mee maar bleven op een State Park campground naast de aankomstplek van de ferry. Die was eigenlijk vol maar we zijn er toch opgereden en troffen de ranger die een plekje voor ons regelde bij een man met een tentje. Deze aardige man Jim was alleen, hij wilde zijn plek wel met ons delen en had een kampvuur. Ik zette koffie voor ons drietjes, en de verdere avond hebben we met hem zitten kletsen bij het kampvuur, heel gezellig. De veerboot kwam ook nog aan in het donker en dat was een prachtig gezicht. We staan hier pal aan de Puget Sound, zo heet het water hier, op het Fort Casey State Park.

Zaterdag 1 september.  Vanmorgen eerst lekker ontbeten, toen een wandeling gemaakt met onze buurman Jim. We zijn omhoog gelopen en hebben fort Casey bekeken en het prachtige uitzicht over the Puget Sound. Na een hartelijk afscheid van Jim zijn we de veerboot naar Port Townsend opgereden. Het was een mooie overtocht, we stonden buiten op het dek in het zonnetje. Een half uur later kwamen we aan in Port Townsend, hebben een parkeerplaats gevonden voor de camper en zijn het stadje ingegaan. Het was toeristisch en druk met leuke winkeltjes met o.a. indiaanse kunst. We vonden een terrasje met een mooi uitzicht over het water en hebben daar heerlijk gegeten in het zonnetje. Vervolgens gingen we weer ‘on tour’ via een bochtig parcours richting Port Angeles. Eerst geshopt in de Walmart en daarna het laatste plekje op een Koa camping gescoort. Het is erg druk overal want het is hier Labour weekend, iedereen heeft van vrijdag tot en met maandag vrij en het is mooi weer. Deze Koa is heel gezellig, een beetje rommelig voor een Koa met mooie ruige grasplekken. Het is nu avond en om ons heen zie je overal kampvuurtjes tussen de bomen.

We gaan de komende dagen het Olympic National Park bezoeken en daarna op weg naar de rustende vulkaan Mount Rainier, die we al in de verte (zeker 120 km verderop) met zijn besneeuwde top hebben zien opdoemen. Gigantisch, wat een berg is dat!

Hieronder plaats ik een kaartje met de route die we vanaf Leavenworth tot vandaag in twee dagen hebben gereden. Als je erop klikt wordt hij duidelijker en groter.

We hebben ook weer 32 nieuwe foto’s geplaatst dus veel plezier met kijken!

Groeten aan iedereen die ons volgt!

2e_kaartje_1

Zondag 2 september.   Heerlijk geslapen en ontbeten op de Koa camping bij Port Angeles. We gingen al op tijd aan de rit, eerst nog even getankt en boodschappen gedaan bij de Safeway, daar was een Starbucks dus gelijk lekkere koffie gedronken daar.

Toen gingen we naar de haven van Port Angeles en zagen de veerboot naar Vancouver Island vertrekken. We zaten heerlijk aan de waterkant en zagen ook nog een zeehond zwemmen. Het was intussen al tegen de middag en we gingen maar eens mijlen maken.

Het doel van deze dag was Cape Flattery te bereiken, het meest noordwestelijke punt van Amerika. We reden westwaarts langs de kust van the Strait of Juan de Fuca, met aan de overkant Vancouver Island, tot aan het laatste dorpje Neah Bay. De weg ernaar toe was mooi, kronkelig, smal, soms bobbelig en kuilig, langs kleine indianendorpjes en op het eind werd de weg ook nog glibberig. Het was namelijk gaan regenen, dat doet het meestal in deze regio volgend insiders. Aan het eind van de weg was een parkeerplaats, daar parkeerden we de camper en vervolgden onze weg te voet over een smalle trail van ongeveer 20 minuten steil naar beneden op een smal blubberig pad met boomstronken met af en toe houten trapjes, bruggetjes of afgezaagde boomplakken waar je op liep. Het pad was omgeven door giganten van bomen, echt gewoon 60, 70 meter hoog, sommigen waren voor de wereld gevallen, die lagen te rotten, wat weer een voedingsbron was voor de nieuwe bomen en zo gaat het al duizenden jaren, er komt nauwelijks licht op de bodem. Ooit hebben hier ook indianen geleefd. Het is eigenlijk niet onder woorden te brengen wat we aanschouwden en dat zullen de mensen die er geweest zijn zeker beamen. Aan het eind van de trail was een afgesneden rotswand naar de grote oceaan, waar de golven soms diepe spleten en gaten in de rotsen hebben geslepen. Op het eindpunt keek je over de Pacific en vlakbij lag het eilandje Tatoosh met een vuurtoren erop. Het was echt zo byzonder daar, zo grof, ruw en wild. Het was jammer dat het zo regende, we hebben niet kunnen filmen, wel foto’s gemaakt.

Na een tijdje genoten te hebben van het uitzicht begonnen we aan de barre terugtocht. 20 minuten omhoog klauteren in de regen op meest blubberige ondergrond. Vaak moesten we ons smal maken voor de tegenliggers, het was echt super smal het pad. Er kwam ons zelfs een man tegemoet die zijn eend had meegenomen, heel apartx85die eend verschoot wel van Cor, die een foto wilde nemen van hem dus die man moest hem even optillen. (de eend)

We waren blij dat we ons campertje weer zagen staan. Het is een zware trail geweest voor ons maar het was het dubbel en dwars waard, we hadden het voor geen prijs willen missen. Het was weer een groot hoogtepunt van deze eerste week. Het was jammer dat het zo regende maar des te knusser was het weer in ons campertje om aan de afdaling te gaan beginnen.

We hadden intussen besloten dat de eindbestemming van deze dag Forks zou wezen, in zuidelijke richting. Daar hebben we een plekje voor de nacht gevonden op het Bogachiel Statepark. We hebben ook nog even lekker gegeten in Forks trouwens.

Maandag 2 september  Heerlijk geslapen in het regenwoud, de regen sijpelt hier de hele dag en nacht zachtjes door.We zijn nu in een internet cafe in Amanda Park waar we even mogen internetten. Vanmorgen zijn we na het ontbijt naar een hele grote cedarboom gereden, een mijl of 8 vanaf de weg, over een gravelpad wat steeds smaller, bochtiger en kuiliger werd. Het was de moeite waard, het was een indrukwekkende boom zeg! Zie fotoxb4s.

Op de terug weg gingen we nog lopend een soort van trail op, kwamen in een regenwoud terecht en zagen nog veel meer van die gigantische cedars. Het woud eromheen was zo mooi en groen, we liepen op een soort van mos en alles was varens en bomen om ons heen. En een stilte! Prachtig. Toen hebben we een eind langs de grillige kust gereden die vol lag met bomen en nu zijn we dus in Amanda Park. We gaan zodirect weer verder richting Aberdeen en we zien wel weer waar we de nacht gaan doorbrengen. Tot schrijvens!

Vervolg maandag 3 september.

Van Amanda Park gingen we eerst het Lake Quinault en het dorpje Quinault bezoeken, erg mooi, van daaruit in zuidelijke richting door de eeuwig zingende bossen tot Humptulips, toen namen we een alternatieve route richting de kust en daar aangekomen gingen we weer zuid.

We kwamen langs Ocean City waar we zo met de camper het strand op konden rijden, heel byzonder. We reden tot vlak bij het water, het was stevig zand en het zag er betrouwbaar uit om even uit de auto te gaan om foto’s te nemen. Cor reed de camper heel stoer voor de foto tot vlakbij de branding. Na een kwartiertje rondgekeken te hebben, we zouden net in weer in de auto stappen, kwam er ineens een soort van mini tsunami aan! Wow, de camper stond opeens rondom in de plomp! Ik rende voor de golf uit het strand op en Cor sprong als een bezetene in de camper. Hij had helemaal de bergversnelling nodig om eruit te komen. Ik durfde haast niet achterom te kijken, bang dat de camper met Cor al in de Pacific Oceaan dreef.. Toen ik dan achterom keek waar hij bleef, kwam hij net het water uitrijden, met flinke watergolven naast de camper omhoog spattent. Toen ik weer instapte was Cor compleet van kleur verschoten. De paar mensen die op het strand waren sloegen hun hand voor hun mond en wezen op ons. We gingen dus maar weer snel wegx85..Toen we van de schrik waren bijgekomen raakten we in een ongelooflijke slappe lach, tsjongejongex85dat hadden wij weer.

We gingen weer verder, in zuidelijke richting, afbuigend landinwaarts, we kwamen langs een grote binnenzee, genaamd Graysharbor. We kwamen eerst in het dorpje Hoquiam, dat lag weer vast aan Aberdeen. Toen de highway op naar Montesano. Daar lekker gebunkerd in een restaurant en toen uit het dorp vandaag recht omhoog een pad in naar het Statepark Lake Sylvia, daar ons kamp opgeslagen.

Dinsdag 4 september

De andere ochtend weer vertrokken, het dorpje Montesano weer verlaten, de freeway op richting Olympia, even later een hele drukke interstate op, meer auto’s gezien in een half uur dan in de hele afgelopen week. Bij Tacoma er af, een highway op richting Mount Rainier. We hebben hem nog niet gezien want het is wat bewolkt. We zijn nu in het dorp Enumclaw, daar hebben we getankt en we zitten nu lekker bij een Starbucks koffie te drinken. We gaan straks naar het Mount Rainier NP en zullen daar denk ik wel de nacht doorbrengen.

Nog even een note van Cor, special greetings to the milk cattle companies west of Alkmaar, fam. Schavemaker, Bakker en Dekker. Cor hoopt dat jullie ook meereizen op dit weblog. Verder ook groetjes aan familie, vrienden, collega’s, forumleden en anderen die met ons meereizen. Wij vinden dit erg leuk en kijken iedere keer uit naar reacties. Tot logs!

Bij de Starbucks vandaan zijn we via een mooie scenic route regelrecht naar Mount Rainier NP gereden. Daar aangekomen klommen we al hoger en hoger de bergen in. Tsjonge wat een mooie uitzichten! Maar toen we bij de splitsing kwamen, wachtte ons een teleurstelling, we konden niet rechtdoor, de weg was afgesloten. Waarom, dat is nog een raadsel. We zouden dan heel dicht bij Mount Rainier kunnen komen, bij het visitor center en bij de mooiste campgrounds. Dat ging dus even niet door. Er waren twee mogelijkheden, of weer helemaal terug, of naar links (de 410) af te zwaaien en dan een omweg van zo’n honderdvijftig km maken. We kozen voor het laatste en daar kregen we geen spijt van. Het was in eerste instantie zuur maar wat de wegenbouwers ons toen voorschotelden was oogverblindend. We gingen eerst ongelooflijk stijgen, dat was meer dat bruut, ik werd er zelfs duizelig van, met schitterende uitzichten, maar Rainier liet zich niet zien aan ons, hij bleef in de wolken. Na het hoogste punt bereikt te hebben werd het een heerlijke afdaling, zonder kniebochten(?)(Cor zijn tekst) zijn we wel een uur naar beneden gereden. Toen de highway 12 rechtsaf genomen en weer onderlangs Mount Rainier gereden, hij kwam nog steeds niet in beeld. Toen kwamen we bij het kneuterige dorpje Packwood en zagen een mooi RV park tussen de bomen. Een plaatsje voor de nacht geregeld met stroom en water en we vingen warempel ook een internetsignaal op. We zijn het dorp ingelopen naar een restaurant waar we korting kregen van de eigenaresse van het RV park. Cor kreeg daar heerlijke onvervalste varkenskarbonades, dus hij was helemaal in zijn hum. Met een dikke pens liepen we net weer naar buiten door het donkere Packwood naar ons campertje en daar zitten we nu lekker binnen aan tafel te internetten met een bakkie koffie.

Hieronder zie je het routekaartje van de afgelopen drie dagen.

Port_ang_packwood_28

Woensdag 5 september

Wakker geworden op het RV park in Packwood. We hadden een rustig plekje tussen de bomen, er was bijna niemand verder. Het was prachtig weer, de dag begint heel relaí in zo’n little town in the bushbush. Cor liep gelijk naar buiten of Mt Rainier al in zicht was en zag warempel de besneeuwde hellingen verschijnen tussen de wolken.

Eerst lekker ontbeten, we besloten om ook maar gelijk buiten in het zonnetje koffie te drinken, ook om af te wachten of Rainier, ‘de Beer van the Cascade Range’ toch nog beter in zicht kwam.

Ons geduld werd beloond, na de koffie gingen we weer kijken,en ja hoor, daar rees hij boven de, toch ook al lang geen kinderachtige, bergen voor ons uit, als een keizer, wakend over dit deel van de Cascade Range. Zijn top is bedekt met eeuwige sneeuw dat schitterde prachtig in het zonlicht. We werden er stil van, eindelijk liet dan hij zichzelf aan ons zien.

Toen vertrokken we weer, op zoek naar de nog napruttelende vulkaan Mount St Helens. We namen een grijze weg op de kaart richting zuid. Dit was weer een geslaagde route, een smalle weg, stijgend omhoog door de bossen, met veel kniebochten. Na een mijl of twintig was er een zijweg die liep naar de uitzichtpunten van Mt St Helens. Bij het eerste uitzichtpunt was het al bingo. We zagen haar op slechts elf mijl afstand, aan de kant waar de uitbarsting heeft plaatsgevonden in 1980 en waar de rookpluim heel goed te zien is. Helen is nog steeds niet tot rust gekomen vandaar dat je nog steeds een rookpluim ziet. Er waren geen wolken en een strakblauwe lucht om haar heen. Het was een prachtig indrukwekkend gezicht en we hebben een flinke tijd van dit uitzicht genoten. We moesten dezelfde weg terug want deze weg liep dood. Toen we weer op de kruising aankwamen om verder onze weg te vervolgen naar het zuiden was deze weg opeens afgesloten. Dat was een grove tegenslag want nu moesten we eerst helemaal terug en dan een flinke omweg gaan maken, nog veel verder dan gisteren. We zijn dus weer terug gereden naar de 12, links af gegaan bij Randle en naar het westen gereden. Aangeland bij het dorpje Morton zijn we gestopt, hebben wat geshopt, koffie gedronken en firewood gekocht, wantx85we gaan vanavond bbq-en!

Intussen ook de strategie herzien voor een nieuwe campground, we gingen verder westwaarts en arriveerden bij het dorpje Mossyrock, daar noordelijk van is een statepark, genaamd Ike Kinswa. We vonden daar een mooi plekje aan een meer in een bos en staken gelijk het vuur aan. Met een lucifer lukte het Cor om een fantastisch vuur te creeeren. We hebben lekker gegeten en nagezeten bij het vuur tot het koud werd. Eind conclusie van deze dag; een rits kilometers gereden, prachtige uitzichten gehad maar niet erg opgeschoten.

Donderdag 6 september.

Calamiteiten: geen. Klunsgehalte: laag.

We hebben lekker buiten ontbeten en vertrokken toen van het statepark Ike Kinswa, weer highway 12 op naar de interstate 5 richting zuid. Bij Castle Rock gingen we eraf en na enkele mijlen arriveerden we bij het Mount Saint Helens Visitorcenter.

Hier kregen we o.a. een film te zien van voor en na de uitbarsting. We waren erg onder de indruk hiervan, tsjonge wat een oerkrachten zijn hier aan het werk geweest. Er was een zeer uitgebreid scala van foto’s van de uitbarsting waar we de tijd voor namen om ze allemaal te bekijken. We waren nog wel bewust van het gebeuren in die tijd maar dat het zo’n enorme impact had op de westelijke staten, dat hadden we toch niet verwacht. Met normaal helder weer was St Helens goed te zien vanaf dit punt maar het was bewolkt dus dat ging niet. Gelukkig hebben we haar gisteren goed kunnen zien. Toen daar nog een koppie (emmer) gedaan en weer terug naar de interstate, tot vlak boven Portland. Daar zwenkte we weer landinwaarts, noordelijk langs de grote Columbia rivier. We kwamen in de Columbia River Gorge, een prachtig landschap met helder zonnig weer.

We reden tot aan een brug, genaamd Bridge of the Gods, gingen daar overheen, moesten een dollar betalen als tol, en kwamen tevens terecht in de tweede staat van deze trip, Oregon.

We stopten meteen over de brug in het plaatsje Cascade Locks, daar was een mooie scenic overlook van de brug en in de diepte de Columbia River. We hebben daar gelijk gegeten in een sfeervol restaurant met veel antiquiteiten van het wilde westen aan de wand. Er was een Koa camping vlakbij en daar zijn we gestrand, om in de calamiteitensfeer te blijven sprekenx85x85.We hebben gedoucht, de was gedaan, alles weer opgeladen en het weblog bijgewerkt want iedere Koa heeft tegenwoordig Wifi.

We willen graag bij ieder weblog speciale groeten doen, dit keer aan de forumleden van het AllesAmerika forum, bedankt voor de vele bruikbare tips die we tot nu toe op deze tour hebben kunnen meenemen. Tot logs!

P.S. Dat over het calamiteitenfonds vonden we een hele scherpe..!!

Onderstaand het routekaartje van de afgelopen twee dagen.

20075sept

Vrijdag 7 september.

Niet zo best geslapen door de langsdenderende toeterende treinen die vlak langs de camping kwamen, ook in de nachtx85 Na propaan getankt te hebben op de camping zijn we weer vertrokken landinwaarts langs de mooie Columbia River en aangekomen in het stadje Hood River hebben we geshopt bij de Walmart en getankt.

Vandaar recht het zuiden in langs de Mount Hood Scenic Byway, een mooie route met urenlang Mount Hood in het zicht, zie foto’s. Vervolgens dwars door het Warm Springs Indian Reservation getrokken tot aan de ‘hoofdstad’(dorpje) Warm Springs.

Daar bij een indianen eettent geluncht, het eten was uit de kunst. Het was bij Deschutes Crossing. We denderden daarna weer verder over de highway richting zuid tot voorbij Bend.

Een mijl of tien noordelijk van La Pine gingen we linksaf een pad in, we dachten een paar mijl, maar er leek wel weer geen eind aan te komen. Uiteindelijk vonden we toch de eerste camping aan het Paulina Lake. Geschikt plekje gevonden, het was een beetje fris dus we deden gelijk het vuur aan, en gingen weer vlees braden, dat lukt aardig. De duisternis viel al weer vroeg in ondanks de heldere sterrenhemel.

Zaterdag 8 september

Het was een koude nacht, het heeft zelfs gevroren. Doordat het een koude nacht was is de kachel twee keer aangeslagen en dat was kennelijk de doodsteek voor de accu van het achtercompartiment die de laatste dagen al wat zwakker werd. Na een snel ontbijt even op de Tomtom opgezocht of er RV garages waren en ja hoor er was er een op 24 km afstand, vlak boven La Pine, in de richting zuid die we toch al zouden gaan. Wij eropaf, snel gevonden dankzij Tomtom, het is zaterdag maar ze waren geopend. Het was een oud sjacherijnig stel die eigenlijk niet van plan waren om gehuurde rv’s weer op de weg te helpen, maar met onze ontluikende charmes lukte het. De oude baas heeft er een nieuwe accu ingezet en we stonden er weer sterk voor. Verder ging onze weg, het doel van vandaag was Crater Lake. Dat is een hele grote vulkaan die zo’n 6800 jaar geleden tot uitbarsting is gekomen, en in elkaar is gezakt, de hele top is verdwenen over een aantal kilometers in doorsnee. In het grote gat dat is onstaan is nu een helderblauw meer waar je het topje van de berg nog ziet liggen.

Het meer is zo ongekend blauw, dat kan je heel goed aan de foto’s zien en een ieder die daar geweest is kan dat beamen het is een prachtig gezicht. In het restaurant wat erbij is hebben we geluncht en zowaar nog hollands staan te praten, wat al een hele tijd niet gebeurd was, met boer uit Holten.

We zaten nog aardig op het schema ondanks de calamiteit, we redden het nog zonder fonds, dus we besloten om nog een flinke trap te geven op het gas. Onderweg in zuid Oregon zagen we opeens een soort van rodeo, dus gelijk gestopt. Het was een juniorenwedstrijd calf roping. We gingen op de tribune zitten en hebben erg genoten van die jonge cowboys- en girls die daar heel fanatiek hun hobby bedreven. Rond vier uur bereikte we de grens naar Californie. Al snel doemde de volgende vulkaan in ruste op, Mount Shasta, ook met een besneeuwde top. Veel campings zagen we niet onderweg, dus we zijn doorgereden naar een Koa in Mount Shasta. Er was nog een mooi plekje voor ons, na de camper gesetteld te hebben slenterden we het dorp in en daar hebben we lekker zitten te bunkeren.

Het temperatuurverschil met gisteren is hier een graadje of 20 omhoog.

Onze speciale groeten gaan dit keer naar mijn lieve mama Riet, naar Oscar, mijn broer, en zijn gezin en naar Cor zijn broer Jan en gezin, en eventuele verdere familie die ons volgen.

Onderstaand het routekaartje van de afgelopen twee dagen.

20078sept

Vrij lang geslapen, buiten ontbeten en even op msn bijgepraat met Monique en Annemieke. We hebben vandaag snode plannen, we willen in een ruk naar San Francisco planken, een afstand van 440 km. over de Interstate. Dat zijn over het algemeen opschietwegen en het is zondag vandaag dus dan denk je misschien wat minder vrachtverkeer, maar dat viel tegen. Het gaat dus ’s zondags gewoon door hier. Het eerste traject tot aan Redding was schitterend, bergachtig, diepe kloven en machtig weer erbij. Na Red Bluff werd het landschap heel vlak, grotendeels verbrand door de zon maar ook met veel akkerbouwbedrijven. Waanzinnig veel stro gezien, allemaal al van het land af, opgestapeld in grote muren en in kapschuren. Toen we heel, heel dik over de helft waren zijn we gestopt en hebben lekker geluncht bij een wegrestaurant genaamd Bill and Kathy in Dunnigan. Het was daar schroeierig heet maar in de camper geen last, lekker de airco aan en daar gingen we weer, mijl na mijl, het werd steeds drukker, vooral toen we in de voorsteden van San Francisco kwamen. Dan denk je dat je er haast bent maar dan begint pas het echte werk, vaak 6 banen breed, autootje aan autootje, over een zeer slecht wegdek, rammelden we voort. We reden over hele grote bruggen heen, waar we ook nog tol moesten betalen, cash 4 dollar. Ons Tomtommetje bracht ons precies op de plek die we gepland hadden, het Candlestick Rv park in San Francisco. We zijn niet helemaal gelukkig met de plek want het is peperduur en erg strak, omgeven door een ongure buurt maar het zij zo, we gaan hier niet meer weg. We zijn hier naartoe gegaan omdat deze camping een shuttle service heeft naar downtown, we kunnen de camper hier dus gewoon laten staan morgen als we de stad in gaan. De camping is goed beveiligd, er loopt zelfs een security persoon steeds langs. Morgen gaan we o.a. naar Alcatraz als het goed is, morgenavond volgt het verslag want we blijven hier nog een nachtje. We werden de afgelopen nachten nogal eens in onze slaap gestoord door een trein, nu zitten we dus dichtbij een luchthaven en als klap op de vuurpijl breekt morgen het American Football seizoen aan en staat het stadion van de San Francisco 49ers bij ons aan de overkant van de camping. We gaan in ieder geval proberen om er kaartjes voor te krijgen. Tot morgen!

Na een goede nacht op deze camping, lekker ontbeten, maakten we ons op om met de shuttle van 11 uur te vertrekken naar downtown San Francisco. Een aardige bejaarde jap zette ons met zijn shuttle af op een corner en daar betraden we voor het eerst zo’n lekkere primitieve cable car. De cablecar bracht ons naar Fisherman’s Wharf, dat was een hele belevenis op zich. We wisten dat de straten wel aardig op een helling lagen maar zo heftig hadden we het niet verwacht. Daar aangekomen zij we door de gezellige hoofdstraat vol met winkeltjes geslenterd naar Pier 33 alwaar de boot vertrok naar Alcatraz. Ik had gisteren al kaarten gereserveerd voor de boot van 14.50 uur dus we hoefden niet in een ellenlange rij te wachten. We hebben daar lekker met een bakkie koffie mensen zitten kijken, het was onwijs druk, tot we zelf aan de beurt waren om de boot te betreden. Het is echt big business daar, alles draait om het toerisme. Daar gingen we, met onze camera’s op de voorsteven op weg naar het beruchte gevangenis eiland Alcatraz. Cor was helemaal in zijn sas, dit wilde hij al zo lang! En het viel niet tegen, ik vond Alcatraz best wel naargeestig maar Cor genoot met volle teugen van alle verhalen over Al Capone en the Birdman. We deden een audiotour, kregen een koptelefoon op met uitleg in het nederlands over wat er zich zoal heeft afgespeeld in deze gebouwen. Ook the great escape van Alcatraz van 3 gevangenen werd in geuren en kleuren uitgelegd, heel indrukwekkend. Cor heeft nog wat souveniertjes gekocht en we hebben nog een film gekeken, toen gingen we weer terug met de boot. We gingen daarna shoppen, lekker eten, dit allemaal op de oergezellige Fisherman’s Wharf. Met de cablecar en met de shuttle gingen we weer terug naar de camping. Bijna aangekomen op de camping kwamen we in het hysterische American Footbalgeweld terecht, er was bijna geen doorkomen aan om op de camping te komen met de shuttle. De mooie strakke camping van vanmorgen stond nu helemaal klem vol met campers, auto’s, trucks, pick ups, verlaten BBQ tafels. De match was nog aan de gang, een enorm gejoel klonk uit het stadion, het was echt een gekkenhuis. Kaarten konden we niet meer krijgen anders hadden we er wel tussen gezeten. Helicopters cirkelden boven het stadion en nu horen we veel kabaal van wegrijdende uitgelaten toerterende supporters. Vuurwerk wordt er afgestoken, het is onwijs gaaf om hier te zijn! Geen idee wie er gewonnen heeft maar iedereen is blij lijkt het wel. Wij zitten er midden tussen, een beetje verscholen met een bakkie naar dit geweld te kijken. De speciale groeten gaan dit keer naar alle Kennemergaarde mensen die meelezen, en dan vooral aan de trouwe fans die gereageerd hebben; Bart, Birgit, Anja, Henny, Esther, Annemieke, Christiaan, Emmy & Piet, en Willy. Morgen vertrekken we uit SF en volgen er vast weer nieuwe avonturen, tot blogs!

Mount_shasta_tot_sf

Dinsdag 11 september

Na een rumoerige nacht, en lekker ontbeten te hebben, gingen we de Canadezen die we ontmoet hebben gedag zeggen, emailadressen uitgewisseld en weer aan de rit. We moesten over the Bay Bridge San Francisco weer uit maar daar stond een auto in de fik dus we hadden flink file. We gingen zondag heen over het bovendek en nu terug over het onderdek, dat was ook wel eens gaaf. Het doel van vandaag was Yosemite National Park, dat betekende dwars door California oostwaarts. We streken neer in Oakdale waar we na een koffiepauze besloten om een tandarts te gaan zoeken. Ik barst al dagen van de kiespijn, ik heb een maand voor ik op vakantie ging een behoorlijke behandeling ondergaan en mijn tandarts Lia zei al dat dit misschien kon gaan gebeuren omdat er vlakbij de vulling een zenuw lag. De eerste maand helemaal geen last gehad en vlak voor dat ik op reis ging begon de kies te zeuren. Ik besloot om het er maar op te wagen en niet meer naar de tandarts te gaan voor een zenuwbehandeling, Fout gegokt dus. Deze tandarts in Oakdale, die we vonden dankzij de Tomtom, was heel vriendelijk, maakte gelijk tijd voor me, maakte een rxf6ntgenfoto en onderzocht de pijnlijke plek. Het was dus inderdaad die zenuw. Hij adviseerde me om pijnstillers te nemen, die schreef hij me gelijk voor, en het zo uit te zingen tot ik weer in Nederland ben en naar mijn eigen tandarts Lia kan gaan. Wij met het recept naar een soort van drogistketen, Rite Aid, waar ook een apotheker in zat en die maakte de pillen voor me. Na de eerste pil voelde ik me al een stuk beter, de pijn zakte wat maar niet helemaal. Na deze flinke calamiteit gingen we nog even shoppen en toen verder over een mooie route richting Yosemite NP. Toen we daar aankwamen begon het al te schemeren. Volgens de ranger was er alleen op de eerste camping die we tegenkwamen, Crane Flat, nog plek, dus wij daarheen gereden. De duisternis viel snel in en het was moeizaam om nog een plekje te vinden waarbij de camper redelijk recht stond. Toen we die hadden gevonden moesten we evengoed nog wat hout onder de wielen plaatsen en de camper stond nog steeds scheef. Cor ging op zoek naar een wc maar het was zo donker dat hij bijna overal tegenaan liep en toch maar de schijnwerper kwam halen, de wc heeft hij nooit kunnen vindenx85dus dat werd een drol in het wild. Ondertussen nam ik twee pillen van de tandarts want de pijn was weer hevig geworden. Ik weet niet wat voor spul hij me gegeven heeft maar toen ik even later aan de picknicktafel zat te turen in het donker waar Cor toch bleef, begon de sterrenhemel heel mooi om me heen te dansen en ik voelde me een beetje stoned worden. De kiespijn verdween als sneeuw voor de zonx85.wat een heerlijk gevoel! Zo ben ik even later als een blok in slaap gevallen en werd zowaar de volgende ochtend wakker zonder kiespijn!

Woensdag 12 september

Ondanks dat we op de helling lagen hebben we geslapen als ossen. Toen we de oogkleppen open deden en naar buiten keken waren de meeste campinggangers al weer vertrokken en konden we bij daglicht aanschouwen hoe byzonder deze camping toch wel was. Een paar dagen geleden stonden we nog in dubio of we Yosemite wel zouden aandoen maar de schitterende rit naar de andere kant van het park bewees dat we de juiste beslissing hadden genomen om hier naar toe te gaan. Het was echt fabelachtig. We reden door prachtige en soms bizarre landschappen, de weg kronkelde steeds maar hoger en toen we heel hoog zaten kwamen we bij verschillende uitzichtpunten waar we de auto uitstapten voor foto’s en film. Fantastisch weer erbij, kijk maar eens naar de foto’s die we gemaakt hebben. Echt weer een hoogtepunt deze week. We reden over de bekende Tioga Pass en zakten toen de diepte in naar de oostelijke flank van Californie. Bij het byzondere Mono Lake in het restaurant hebben we koffie en cheesecake genuttigd en vandaar noordwaarts gereden. Het werd weer een  bergachtige route en bij het Topaz Lake verlieten we de staat Californie en kwamen in Nevada terecht. Het bekende landschap van Nevada diende zich hier aan, erg droog en dor. We reden tot aan Carson City, de hoofdstad van Nevada, en gingen toen richting Virginia City, een oud westerndorp in de bergen, ooit het decor geweest van de western tv serie Bonanza. Daar staan we nu in het dorpje op een mooi RV park, waar we vanuit de camper een gigantisch uitzicht hebben over de bergen naar het oosten. We zijn het dorp ingekuierd, zagen een chinees restaurant en hebben daar lekker gegeten op een terrasje buiten met mooi uitzicht. De dag ben ik nagenoeg zonder kiespijn en pijnstillers doorgekomen! Ik snap er eigenlijk niets van maar ben er onwijs blij mee.

Speciale groeten gaan dit keer naar alle meelezers uit West Graftdijk, Spijkerboor en de Beemster en dan in het byzonder naar de fans die gereageerd hebben, Rene & Nanda, Wijna & Ed, Wyb & Gon en Erika, Wiebe & Jankie en Nel Leegwater.

2007virgcity

We werden vanmorgen wakker in een zonnig Virginia City, de eerste nacht in Nevada. De badgelegenheid was goed voor elkaar hier dus Cor ging douchen en ik ging lekker in bad. Toen zijn we de dorpsstraat in gelopen, daar is heel wat te beleven. Alles is nog in de oude stijl van zo’n 150 jaar terug, saloons met schitterende bars, kanjers van spiegels erachter, alles uit vervlogen tijden. Er zijn mooie winkeltjes met antiek, souvenirs en kleding. We kwamen een winkel binnen die alleen leer verkocht en alles was 20 dollar. Cor kocht een leren jas en vest, samen voor 30 dollar en is er erg mee in zijn sas. De lunch gebruikten we in de Palace saloon en was erg lekker. Om een uur of twee gingen we weer rijden richting Reno, via een grof parcours, steile hellingen en kniebochten zagen we op een gegeven ogenblik heel ver in de diepte Reno liggen. In Reno gingen we op zoek naar een internetsignaal maar steeds als ik een signaal had kon Cor er niet stoppen. We wilden namelijk opzoeken waar een van Cor zijn favoriete Rockbands ‘the Outlaws’ binnenkort zou optreden. Dat lukte dus niet maar we reden door de Mainstreet van Reno en Cor dacht dat hij een aanplakbiljet zag met de Outlaws erop bij een casino, maar ook daar konden we nergens stoppen of parkeren dus we zijn doorgereden naar de interstate 80 east om daar het gas flink in te gaan drukken. Deze rit liet Nevada op zijn sterkst zien, het is net of je op een onbewoonde planeet bivakkeert. Het landschap is dood, wel veel bergen maar alles is kaal en uitgestorven, alleen op de weg is er leven. Met zonsondergang stopten we in Winnamucca, een oase in the desert of Nevada. We staan op een plekje op het Winnamucca RV park, hebben net lekker buiten gegeten en er kwamen nog mensen bij ons zitten uit Winnipeg. Doordat we met een camper rijden  met een canadees nummerbord komen er steeds Canadezen een praatje maken. Daarna hebben we op internet de reacties gelezen op ons weblog en vernamen we van Gerard en Wilma Veldt het droevige nieuws dat Hughie Thomassen, de frontman, zanger en gitarist van the Outlaws j.l. aan een hartstilstand is overleden. Het concert in Reno, dat over een week zou plaatsvinden zal dus wel gecancelled zijn. Morgen gaan we richting Utah en zijn daar van plan de zoutvlaktes (Bonneville) en de inmense kopermijnen te gaan bezoeken. Onze speciale groeten gaan dit keer naar Cor zijn ‘Outlaw’-maatjes; Maarten Mooy, Gerard Veldt en JanWillem Res, en hun girls & kids. Toch nog mazzel mannen, dat we er van de zomer bij waren op het Arrow Rock festival! Tot blogs!!

Vrijdag 14 september

De ochtend begon weer zonnig met een windje in Winnemucca, gelukkig niet echt warm maar we hebben wel lekker buiten kunnen ontbijten. Daarna de interstate I 80 east weer opgezocht, de cruise control aan en mijlen gemaakt. Deze interstate, dwars door Nevada, is echt in handen van de koningsklasse van de weg, de truckers. Je ziet betrekkelijk weinig personenauto’s, een enkele verloren camper kom je wel tegen. We hadden de cruise control aan op 70 mijl dat is 110 km per uur en dan gingen die grote beren je nog lachend voorbij, sommigen met driedelige combinatie’s, dus die reden dan pakweg 120 km per uur. En dan komen wij aanscheiten als Nederlandse trucker met onze 80 km per uur en dan ook nog als je een paar km te hard rijdt en je wordt geflitst krijg je flinke prent. Maar als deze Amerikaanse trucks bij de helling opmoesten, want het was zeer heuvelachtig het parcours, dan hadden ze toch ook weer een heel gevecht om boven te komen als ze een zware last hadden. Na een paar honderd mijl zijn we bij een flink stadje aangekomen, genaamd Elko, waar we een break inlasten. Er stond puur zo’n lobbes van een Walmart (superstore) waar we naar binnen gingen. Eerst wat proviand ingeslagen, ook nog wat kleding gekocht, toen geluncht, een pizza met frisdrank bij een Subway die in de Walmart gevestigd was. Ik heb ook nog iets gekocht waarvan ik dacht het nooit te zullen kopen want ik vind het geen gezicht, maar ik ben m’n leesbril steeds kwijt (die heb ik dus steeds vaker nodig) dus ik heb een touwtje gekocht om dat ding om m’n nek te hangen. Ja, lach maarx85. Ondertussen de interstate weer opgezocht, cruise control weer aan en mijlen maken. Cor werd er wat slaperig van dus onderweg nog even gestopt om de benen  te strekken. We zijn doorgereden tot West Wendover, (net nog in Nevada) gingen een tijdgrens over, het is dus nu weer 8 uur vroeger dan in Nederland, en zijn daar neergestreken op een Koa camping. Het is weer alles casino’s en flikkerende lichten wat de klok slaat in dit stadje. De camping ligt er iets vandaan en we hebben vanaf onze plek fantastisch uitzicht over de zoutvlaktes van Utah. Morgen gaan we kijken hoe hard de camper een sprintje kan trekken op Bonneville en proberen we de grootste kopermijn ter wereld te bereiken. De kiespijn is gelukkig niet teruggekomen na die spacepillen! Af en toe voel ik een pijnscheut bij koud en warm drinken maar dan zakt het weer weg. Wat ook byzonder is, het raam wat in het begin lostrilde, is na ons akkefietje met de sleutels nooit meer losgetrild…… De speciale groeten gaat dit keer naar Ingrid haar werkgevers, Gerda, Anita en Leen Boerkoel. Tot blogs!

Provo, zondag 16 september

Op tijd op gestaan, lekker weer buiten kunnen ontbijten en weer aan de rit. In het stadje West Wendover, waar we stonden, gingen we de grote weg op en gelijk zagen we het Utah bord al Toen we het bord Utah voorbij waren zagen we een gigantische sleuf dwars door een berg waar de interstate doorheen liep, in de sleuf rijdend doemde de enorme zoutvlaktes voor ons op. Wat een fascinerend gezicht! Enkele mijlen verder gingen we van de snelweg af en gingen we naar het Bonneville Speedway gebied. Daar worden wereldrecords snelheid gebroken met voertuigen op de zoutvlaktes. En aangezien Cor ook aan een nieuw PR 100 meter (persoonlijk record) toe was, waar ie al maanden voor in voorbereiding was, ging het nu gebeuren. Helaas was zijn favoriete haas Albertje Kretiek niet aanwezig dus moest hij het alleen doen. De start was goed maar bij 80 meter, helaas, een zweepslag in het rechterbovenbeen, dus net niet gehaald. Gelukkig zijn er mooie foto’s en film van, hinkend over de finish. Met de camper zijn we het zout niet opgeweest want het was niet helemaal betrouwbaar, we zagen soms auto’s vastzitten. Verder gingen we weer over de interstate tussen de zoutvlaktes, het was net sneeuw. Na zo’n tweehonderd kilometer mochten we de interstate eindelijk verlaten en gingen via binnenwegen (dankzij Tomtom) naar de grootste open kopermijn ter wereld, genaamd Bingham bij het dorp Copperton. We betaalden 5 dollar entree en konden het visitor centrum bezoeken vanwaar je een prachtig gezicht had op de gigantische mijn waar een tachtigtal supertrucks rondreden die 360 ton konden laden. Ze werden geladen door een kraan, drie happen en hij was vol. We besloten daarna om naar de Koa camping in Provo te gaan en onderweg een hapje te gaan eten, dat deden we in Oram bij een Applebees. Toen de camping opgezocht, het was weer een leuke Koa met een fijn plekje. Ik had wel weer ongelooflijk veel kiespijn dus ging naar bed met twee spacepillen. Het is nu zondagochtend, de pijn is weer minder en we hebben heerlijk geslapen, de eerste nacht in de staat Utah. We hebben net buiten ontbeten, het is een mooi plekje en we kunnen hier slecht wegkomen.

Vernal, vervolg zondag 16 september. Uiteindelijk toch vertrokken, een klein stukje de interstate op en even later de highway opgezocht richting Helper. Het was een ruige route, eerst waren de bergen rood en later ging dat over in grijs, een heel oud gebergte vermoedelijk. Uiteindelijk in het dorpje Helper aangeland waar we wilden gaan lunchen, het hele dorp van voor tot achter doorgereden maar elke horecagelegenheid was in verregaande staat van ontbinding, vastgeroest, weggerot of ingezakt, dus we gingen maar weer verder richting Duchesne (NE), ook over een scenic byway. Betrekkelijk weinig towns en ook een zeer ruige route met veel natuurschoon. Uiteindelijk kwamen we terecht in toch wel een flink stadje, Roosevelt. Het leek erop dat het daar wel zou lukken, de lunch maar ook daar was alles gesloten. Je moet dus niet op zondag uit eten gaan in noordoost Utah. Maar weer doorgestoomd tot aan Vernal, daar was volgens Tomtom een Golden Corral, een buffet eettent. Die was inderdaad open en voor tien dollar konden we ons helemaal vol eten, inclusief drankjes en desert. Onderweg ernaar toe hadden we al een Koa bord gezien en aangezien Koa ons deze vakantie erg goed bevalt en internet heeft, zijn we daar naar toe gegaan voor de nacht.

De speciale groeten gaan dit keer naar alle meelezende farmers uit de Starnmeer, in het byzonder Klaas en Tineke, de Catonnen and last but not least drummer Henk Klinkhamer uit de Nooreindermeer. Tot blogs!

P.S. Richard en Hannie, hartstikke bedankt voor jullie calamiteiten nieuws, blijft onze milktruck nog een beetje gezond? Groeten uit Utah!

Hieronder het routekaartje van de afgelopen vier dagen, klik erop voor een betere versie:

Virginia_city_tot_vernal_1

Vanmorgen heel lang in Vernal gebleven, lang buiten ontbeten en een strategie uitgestippeld voor de komende dagen, gedoucht, de was gedaan, mamma gebeld, post verstuurd, getankt en koffie gedronken in een leuke cowboytent. We gingen pas rijden tegen een uur of drie. In eerste instantie wilden we eigenlijk ook Colorado aandoen op deze trip maar daar werd de tijd toch te krap voor. Een groot deel van het westen hebben we al op een eerdere trip bezocht. Dus we trokken weer verder het noorden in, de dag was mooi begonnen, blauwe lucht met zon maar toen de dag vorderde begon het steeds meer bewolkt te raken, zelfs een verloren spat, ja het werd zelfs rabberig. De route was weer ruig en onstuimig, door bergen en dalen, over scenic byways gingen we naar de staatsgrens Utah-Wyoming, na twee overnachtingen in de staat Utah gaan we hem dus alweer verlaten. Op de route passeerden we ook nog weer een indrukwekkende stuwdam, genaamd de Flaming Gorge Dam. Niet zo groot als de Coulee Dam maar toch ook zeer spectaculair. Het byzondere dit keer was dat het verkeer over de dam reed. We zijn voorbij de dam nog een paar keer gestopt om van het uitzicht te genieten, ook van het Flaming Gorge Reservoir. Verder gingen we weer, het bleef gelukkig droog maar er waren wel dreigende wolken om ons heen. Voor we Wyoming binnen reden, passeerden we nog een dorpje, genaamd Dutch John. We reden er even in, we verwachtten er nog al wat van maar er was niets te beleven, het was er een vreemde bedoening, het leek wel een strafkamp. Enkele mijlen verder passeeren we het Wyoming bord. Op de hele verdere rit naar Rock Springs was geen enkel teken van leven, we reden door oerverlaten landschappen, berg op, berg af, het enigste leven was een enkele voorbij jakkerende vrachtwagen, maar we genoten er wel van. Uiteindelijk bij Rock Springs aangekomen, we staan nu op een oerlelijke camping op grind, er was verder geen enkel Rv park in de buurt en alle forest campgrounds waar we langskwamen vanmiddag waren hoog in de bergen en die waren al gesloten. Morgen gaan we richting Jackson. Tot blogs!

Ziezo, onze eerste nacht zit er ook weer op in Wyoming, het was een frisse, heldere nacht op een erg open camping bij het stadje Rock Springs. Ontbijten, inpakken en wegwezen. Van de campingbeheerder een adres gekregen om onze grote vriend Charley de camper een verwenbeurt te geven. We hebben al bijna 6000 km getravelled en hij was nodig toe aan een servicebeurt volgens het etiket in het raam. We vonden snel waar het was en waren ook snel aan de beurt, dus betrekkelijk weinig oponthoudt. Daar gingen we weer met de geit. We volgden de 191 langs de westflank van Wyoming naar het noorden. Ergens halverwege het traject zijn we gestopt in een kneuterig dorp, Pinedale, om te lunchen. Er waren verschillende mogelijkheden maar wij kozen uiteraard weer de meest briljantste waar de locals allemaal kwamen eten. Nou dat hebben we geweten, de tent werd gerund door twee stuntels, oma en kleinzoon leek het. Er stonden zeker 30 tafels, en die stonden allemaal nog vol met lege handel, borden en glazen van de weer verdwenen gasten en als er nieuwe binnen kwamen werd er een tafel leeggemaakt en die handel werd gewoon weer op een andere tafel neergezet dus ze hadden kennelijk een onuitputtelijk servies. Uit de keuken kwamen ook aparte geluiden, voor de ouderen, het was net of malle Pietje wat ging halen uit zijn magazijn. We misten eigenlijk John Cleese (Basil Fawlty) maar opoe en kleinzoon samen kwamen toch ook aardig in de richting. Uiteindelijk kwamen we toch aan de beurt, opoe en kleinzoon kwamen samen de bestelling opnemen, op dat moment ging Cor even verzitten en gelijk viel de halve rugleuning van zijn stoel op de grond. Verschrikt vloog Cor overeind en wilde de stoel aan een onderzoek onderwerpen, toen viel de rest van de stoel ook uit elkaar. Cor was er eigenlijk mee aan maar opoe en kleinzoon stonden te gniffelen en brabbelden elkaar wat toe in het Pinedales. We begrepen eruit dat alles al mis was gegaan vandaag en ze waren blij dat Cor niet gewond was. Binnen no time werd de stoel uit het zicht verwijderd en Cor pakte zelf maar ergens een andere stoel vandaan. Dit alles werkte enorm op onze lachspieren ook al omdat er steeds van die vreemde figuren binnenkwamen, het leek wel een rariteitenkabinet, ruige chinese motorbikers in het leer, mannen met majoo’s onder hun korte broek, kleine magere oude cowboys met veel te grote hoeden uit de bushbush met ook al veel te grote vrouwen, de oude van dagen club met pruiken en al, kortom het was weer een hele belevenis maar het eten was goed, niks mis mee. Verder gingen we weer voor de laatste etappe naar de wereldberoemde toeristische trekpleister Jackson. Daar een camping opgesnort en voor twee nachten een plekje geregeld. Ze hadden nog net plek voor ons, het is binnen de citylimits, dus erg geliefd en druk. Er gaat hier een gratis bus vandaan naar downtown Jackson en daar hebben we gelijk maar gebruik van gemaakt, het was anders toch nog wel een stukje lopen. Als je hier rondloopt met een paar duizend dollar in je zak dan ben je ze zo kwijt, zoveel winkels met mooie spulletjes, vooral kleding, bontvachten, cowboybenodigdheden, souvenirs, noem maar op. Maar we hadden nog een zuinige bui dus de knip bleef dicht, totdat we bij een zeer bekende bar/grill aanlanden, the Silver Dollar Bar, en daar hebben we lekker zitten te schaften. Cor zag nog een hele bekende filmster lopen maar kon niet op zijn naam komen. Met de bus weer naar de camping alwaar we nu zitten te internetten, morgen gaan we Jackson uitgebreider bezoeken.

Vrij laat op want we blijven hier nog een dag dus Charley de motorhome heeft een dagje rust. Het was weer een heldere frisse nacht en na het ontbijt gingen we weer met de bus naar de winkelstraten van Jackson. Alle winkels zo’n beetje doorgeschoffeld, hier en daar wat dingetjes gekocht, de lunch bestond uit Starbucks koffie met apple pie op een leuk terrasje. Het was een gezellige dag. Om een uur of 5 namen we de bus weer terug en hebben nog even lekker buiten bij de camper kunnen zitten. Om een uur of half 8 gingen we aan de loop naar het restaurant wat bij deze camping/lodge hoort en hebben daar lekker gegeten.

De speciale groeten gaan dit keer naar het keurkorps milkdrivers van de CONO. Zonder alle anderen te kort te doen krijgen natuurlijk de mannen die gereageerd hebben een speciale groet, Aad, the man from uncle uit Harlingen, Sjaak, de beste melkrijder van de Rijp, collega Richard, Jan Brandt, Wis, en hun girls. En natuurlijk de beste centrifugist Nico.

Jackson, donderdag 20 september

De ochtend begon met prachtig weer, we hebben weer lekker buiten kunnen ontbijten in het zonnetje. Het is steeds heerlijk najaarsweer, een groot voordeel van reizen in het najaar is, dat je geen last hebt van insecten, op alle campings is wel een plekje, het zijn meest senioren die om deze tijd reizen, die zijn rustig en altijd wel in voor een praatje. Dit was een goede camping, het Virginian RV park, met een gratis bus naar het centrum van Jackson, (het is ook goed te lopen, ongeveer een mijl) en een goed betaalbaar restaurant op loopafstand in het Virginian Lodge wat aan de camping grenst. Ze hebben ook Wifi voor 2 dollar per dag, dit is trouwens de eerste keer dat we er voor moesten betalen. We gingen klokslag elf uur weer rijden, richting het Grand Teton National Park. Het bleef de hele dag prachtig weer dus we hebben onwijs mooie foto’s kunnen maken. We namen de route door het park, langs het mooie Jenny Lake en hebben daar een tijd aan het meer gezeten, genoten van de machtige pieken van de Tetons op de achtergrond. Wat een indrukwekkend gebergte zeg, en het lag er zo mooi bij met een heldere blauwe lucht erachter!

We hebben de lunch gebruikt, even verder in het Signal Mountain Lodge, met uitzicht op het Jackson Lake. Daarna trokken we weer verder het noorden in tot in het Yellowstone National Park. We zagen gelijk al een grote Buffalo langs de weg, op een paar meter afstand, tjee wat een beest zeg, zie foto’s. We staan nu op een grote camping, midden in het Yellowstone wildlife, we werden al gewaarschuwd voor beren en coyotes op de camping en we zien herten hier rondscharrelen. Het is hier nu aardedonker als ik dit schrijf, Cor is al een tijdje weg, weer op zoek naar een wc. 😉 zonder schijnwerper want dat vind hij truttig..x85 en ik hoor in de verte wolven huilenx85x85 Er ging net een ranger langs met een jeep met een draaiende schijnwerper er boven op, kijken of er geen beren tussen de campers scharrelden. Sfeertje!

Red Lodge, vrijdag 21 september

Het was weer een frisse nacht daarboven in het Yellowstone, na het ontbijt snel vertrokken richting het noorden. Het was schitterend weer, een strak blauwe lucht met volop zon. Na een dik half uur kwamen we bij een parkeerplaats met kleine geysers. We zijn daar gestopt om te gaan kijken en in een ommezien zaten we rondom in de buffels, die kwamen van hoger gelegen heuvels de parkeerplaats oversteken en ook de weg. Vermoedelijk gingen ze helemaal naar beneden om te gaan drinken in de Yellowstone River. Het was een prachtig gezicht en we hebben er volop foto’s en film van gemaakt. Verderop zagen we ook nog coyotes, herten en roofvogels. Deze route naar het noorden reden we voor het eerst en we waren er verrukt van. In de Lamar Valley hebben we en break ingelast en lekker zitten koffie drinken naast de camper, genietend van het mooie uitzicht.

We verlieten Yellowstone aan de noordoostelijke kant en reden zo de indrukwekkende Beartooth Highway op. Deze kronkelt zowel door Wyoming als door Montana. Dit beschouwen wij zeker als een van de wereldwonderen, en dan zeker niet in de laatste plaats vanwege de wegenbouwers die zo’n schitterend circuit hebben kunnen creeeren. Zo hoog zijn wij nog nooit in ons leven met vaste grond onder onze voeten geweest. En ons Cruise America campertje dartelde er vrolijk bij omhoog. De uitzichten waren magistraal en we hadden mazzel want er lag al verse sneeuw en deze pas kan ook zeer snel afgesloten worden in dit seizoen. Ook komt er veel mist voor op de hoger gelegen delen maar wij hadden prachtig zonnig weer. De weg liep helemaal over de top, zo’n drie en een halve kilometer hoog. Het was er kaal, er waaide een bonk wind en ondanks de volle zon was het er ijskoud. De afdaling was ook waanzinnig,  de wegen en de bochten lagen schitterend om de bergen heen gekronkeld. Deze tour is echt een aanrader voor mensen die in deze omgeving komen. Beneden aangekomen was er een dorp, Red Lodge, en daar zijn we gestopt voor de nacht. We staan daar nu op een camping en hebben net lekker gegeten in het dorp.

Let Op!  Als je fotoalbum deel 1 uithebt, kun je klikken op fotoalbum deel 2, zie links bovenaan op deze pagina.

Speciale groeten gaan dit keer naar een stel briljante Heemskerkers, Andre en Justine Weel, Johan en Jose Adrichem, Robert en Ingrid Adrichem en de Baltussen van het gezellige avondje.

Onderstaand het routekaartje van de afgelopen 4 dagen:          Tot blogs!

Vernal_naar_red_lodge

Dit was de eerste nacht in ons tweede vaderland, Montana, de zevende staat, tevens de laatste van de USA, van onze trip. We vertrokken weer met een heldere blauwe lucht met zon, het weer kan echt niet kapot op deze trip. Vanaf het mooie westerndorpje Red Lodge vertrokken we in oostelijke richting via het dorpje Bear Creek, aan het einde van die weg, de 308, belandden we in Belfri en daar gingen we recht het noorden in. We kwamen langs schitterende gebieden met grasgewas, ze waren daar nog volop aan het oogsten en hooibalen aan het persen, zowel kleine als grote pakken. Na een flink aantal mijlen kwamen we bij het dorpje Edgar, daar gingen we rechtsaf het oosten in, we wilden graag een primitieve (gravel) route door de bushbush. Het eerste stuk ging nog wel maar toen werd het toch wel erg hobbelig, kuilig en grindig, we konden elkaar al niet meer verstaan onder het gerammel van het servies uit en dat wilde we toch wel graag heel houden de laatste week dus kozen we eieren voor ons geld, gingen terug en namen we de route over Billings. Bij Laurel kwamen we op de interstate terecht en gingen richting Billings. Even voorbij Billings splitste de interstate, rechtdoor ging je het oosten in en wij zakten af naar het zuiden. Ons doel van vandaag was het Little Bighorn Battlefield vlakbij Crow Agency, in het Crow Indian reservaat. Dit gebeuren stond 10 jaar geleden, toen we voor het eerst Montana aandeden, al op onze agenda maar toen kwam het er niet van. Voor degene die iets van de geschiedenis van de USA afweten zal de slachtpartij wel bekend zijn en voor degenen die van niets eten wil ik (Cor) het even ruw uit de doeken doen. Het speelde zich af in 1876, voor het grootste gedeelte hadden de blanken Noord Amerika zo`n beetje onder controle maar in dit grote gebied huisden een flink aantal indianen van verschillende stammen die zich niet wilde onderwerpen aan de nadrukkelijke blanke heerschappij. Die vormden tesamen een flinke eenheid hier in het zuidoosten van Montana. De kopstukken in Washington stuurden een bloedzuigerig generaaltje, Custer, er op af en toen hij daar eenmaal gearriveerd was verzamelde hij een paar honderd soldaten uit nabijgelegen forten om zich heen met de gedachte, hij zou dat legertje eigenwijze ongeregeld wel eens even de oren wassen. Maar hij kwam van de welbekende koude kermis thuis, beter gezegd, hij kwam helemaal nooit meer thuis want wat bleek, de indianen hadden de slag in de perfectie voorbereid en ze lieten het leger komen tot op de juiste plek in een dal en konden hen toen van alle kanten af omsingelen, er was geen redden aan voor Custer en zijn mannen. Als de geschiedschrijving klopt, is Custer daar met al zijn mannen afgeslacht en uiteraard kostte het ook heel veel levens van indiaanse broeders. – Toen wij daar aankwamen hebben we eerst een 10 mijl lange self guided tour gereden met de camper langs alle belangrijke plekken. Overal zagen we grafstenen op de plekken waar de soldaten en indianen gesneuveld zijn. Er hangt nog steeds een beklemmende sfeer, of je het bloed nog ruikt en de kruiddampen nauwelijks opgetrokken zijn. Het greep ons heel erg aan en ook alle andere bezoekers die er waren, waren diep onder de indruk. Na de tour hebben we het visitorscenter bezocht waar nog veel attributen tentoongesteld waren van de slag. Buiten was er een groot militair kerkhof met allemaal witte herdenkingsstenen. Het decor van het hele slagveld werd opgeluisterd door koppels indiaanse paarden die er liepen te grazen. Vlakbij was er nog een indiaanse tradingspost, met hele mooie indiaanse spulletjes, die hebben we ook bezocht. Toen zijn we terug gereden naar Hardin en staan daar nu op een Koa camping. Tot blogs!

Harlowton, zondag 23 september.

Cor was om acht uur op, hij de camping over gedreuteld, praatje gemaakt met de campingboss en z’n Ford trekkertje bewonderd uit 1949 waar hij zijn gras mee maait. We hadden het gisteravond al in de smiezen toen we hier aankwamen, er staan hier nog een stel hollanders. Cor erop af en een praatje gemaakt. Het waren 2 stellen, de een uit Biddinghuizen, de ander uit IJsselsteyn die deden een tour van coast naar coast. Ze hadden een camper gehuurd in New York en zwerven nu dwars door de USA. In totaal een maand tijd moeten ze San Francisco zien te halen. Cor kon ze nogal wat info verschaffen want waar wij vandaan gekomen zijn daar gingen zij nog naar toe. Wij gingen weer aan de rit, we hadden grote plannen om flink wat mijlen te gaan pakken, we namen dezelfde route weer terug naar Billings maar ojee, in Billings zagen de adelaars ogen van Ingrid (Cor zijn tekst) een groot paardenspektakel. We dachten eerst aan een rodeo maar het bleek een grote paardenverkoop/veiling te zijn. Dat vonden we interessant genoeg om de camper te gaan parkeren tussen de paardentrailers en vrachtwagens en ons tussen het rauwe bolster blanke pit volk te voegen. We namen plaats hoog op de tribune, het was een binnengebeuren, en hebben een aantal uren echt genoten van dit spektakel. Niet in de eerste plaats vanwege de paarden maar ook vanwege de manier van veilen en het gadeslaan van het volk wat daar op af kwam. Er waren wel driehonderd mensen en Cor was echt de enige van alle mannen die geen cowboyhoed of pet droeg, dat viel echt op. We moesten nog even wachten voor het begon, dus even koffie gehaald (twee emmertjes) en tegen enen kwam er een omaatje de ring in met een grote gitaar en ging een paar cowboyjodeldeuntjes ten gehore brengen, vervolgens gingen alle aanwezigen op de tribune overeind met de stetson in de ene hand, de andere hand op het hart en bracht omaatje het volkslied ten gehore. Daarna verdween ze weer achter de catacombe en kwam het eerst aangebodene paard met ruiter en al de piste van pakweg zes bij vier in. De veilingmeester haalde diep adem en begon te ratelen. Dat klonk als een 275 toerenplaat, tsjonge wat kon die man snel batteren. De paarden bleven ongeveer vijf minuten in de ring en waren dan verkocht. Sommigen voor heel veel geld en sommigen voor heel weinig. Er waren toppaarden bij en schillenkarpaarden. Er waren ook paarden bij waar zo laag op werd geboden dat de eigenaar het paard terug trok uit de verkoop. We zagen een superknol voor 7700 weggaan maar ook een hele mooi paint merrie voor 2000.

Na een paar uur genoten te hebben gingen we weer verder het noorden in richting Roundup. Daar hebben we een kort breakje ingelast voor een happie, tien jaar terug was er nog een leuk restaurantje, nu is het afgeserveerd naar een snel pizzabuffetje. We namen de weg westwaarts richting Harlowton en waren van plan tot aan de Forest camping Spring Creek te gaan maar dertig mijl voor Harlowton werd het weer steeds rabberiger, vrij zware rukwinden kwamen vanuit het noorden dus Cor moest het stuur flink met twee handen vasthouden. Zo’n camper is natuurlijk erg windgevoelig en dat liet hij merken ook, vooral als je de wind op de zijkant hebt, af en toe reden we bijna op drie wielen. We besloten te stoppen in Harlowton, er was een statepark genaamd Chief Joseph Statepark met 15 plekken volgens de Woodallgids. We moesten het even zoeken maar we staan nu lekker knus, een beetje in de diepte, op korte afstand van het beroemde spookhotel van Gravesx85x85x85waar alweer voor de zoveelste keer een nieuwe kandidaat voor gezocht wordt. Dat hoorde we zojuist van een old 79jarige cowboy die vroeger  met explosieven werkte en nu hier preekt in de kerk, het gospelkoor leidt en als bijbaantje heeft het collecteren van staangeld van dit stukje heilige grond waar we nu op staan, dat vast van de kerk is. We hoefden maar elf dollar aan hem te betalen voor een mooi plekje met stroom en water. Het is maar goed dat we gestopt zijn want het heeft al heel wat gestormd en geregend sinds we hier staan. Nu lijkt het wat rustiger, we staan hier met nog twee campers die ook gestrand zijn vanwege het onstuimige weer. Volgens de explosieven priester in zondagse cowboyoutfit wordt het de komende dagen beter weer, dus morgen trekken we weer verder naar het westen.

Helena, maandag 24 september

Het was een koude nacht, we zagen verse sneeuw op de bergen liggen.We reden nog even door Harlowton en stonden stil bij het spookhotel van Graves. Toen gingen we westwaarts richting White Sulphur Springs wat nog zo’n honderd km verderop lag. Het weer hield z’n eigen vrij aardig, flink wat zon en niet zo winderig meer. We zijn afgeslagen een pad in naar onze favoriete forestcamping Spring Creek maar we hebben er niet overnacht want het was nog voor de middag. We hebben er gewoon even rondgekeken, het is daar zo mooi. Toen zijn we verder gereden tot aan Townsend, onderweg zagen we steeds meer verse sneeuw op de bergen liggen. We hebben geluncht in Townsend bij een cowboybar en het was lekker. Toen de honger gestild was begonnen we aan de laatste etappe van vandaag, naar de hoofdstad van Montana, Helena. Daar hebben we wat geshopt bij een western wear winkel maar die had niet wat we zochten. Toen een rv park opgezocht, degene die we wilden was al een maand gesloten terwijl in de Woodall gids stond dat hij tot 30 september open zou zijn. Dus een ander rv park opgezocht, we staan nu op het Lincoln Rd RV Park, een paar mijl ten noorden van Helena. Ingecheckt en toen eerst maar weer eens flink ingeslagen bij de Walmart, misschien is het de laatste keer wel. Het begint hier weer aardig fris te worden, de maan is bijna vol dus het zal wel gaan vriezen maar het is gelukkig bladstil.

De speciale groeten gaan dit keer naar Markenbinnen, naar Erik en Desiree and the kids, hallo Erik, hoe is het in het Campina-circus en het keurkorps Boerkoel milkdrivers? Doe ze allemaal de groeten van ons!          Tot blogs!!

Met mooi zonnig weer wakker geworden, na het eten weer on tour, het plan voor vandaag is Missoula, gisteren dachten we nog om dat grotendeels via de interstate te doen maar we hebben wat alternatieverigs gevonden, we gingen gelijk vanaf de camping vandaan het noorden in via een binnenweg. Dat bleek een goede keuze, we kwamen 1 auto per half uur tegen, en het was een hele mooie bergachtige route. Uiteindelijk kwamen we op de 200 terecht en gingen weer westwaarts. Doorgeschoffeld tot Ovando, een klein kneuterig dorpje met een knus restaurantje en daar de lunch genuttigd. Na een klein uurtje weer verder richting Missoula dus, dachten we. Na een tijdje gereden te hebben op een mooie weg met mooie natuur zagen we een bord staan dat er een weg naar links was die naar Garnet Ghosttown zou leiden. Cor ging gelijk in de ankers, we zijn gekeerd en die weg in gegaan. En zoals meestal met lange paden die naar een bezienswaardigheid leiden, begint de weg mooi en dan halverwege wordt het behoorlijk minder. Deze weg zou zijn 11 mijl, we dachten dat valt wel mee. Niet dus. Toen het asfalt ophield stond er een bord van nog 9 mijl en we moesten verder op wasbordgravelgrind. Een normaal mens met een camper keert om, maarja nieuwsgierigheid is natuurlijk ook een ziekte waar we allebei nogal eens last van hebben. Dan was er nog een factor, de brandstofmeter stond er ook niet echt florissant voor om je nou mijlen ver in the middle of nowhere te gaan begeven. Maar goed, de nieuwsgierigheid won het van het verstand en met een gangetje van 10 a 15 km per uur klommen we steil omhoog over het hobbel gravel, hoger en hoger en hoger met af en toe schitterende vergezichten als het zicht het toeliet door de bomen. Het is nu al uren later maar het gerammel en gerinkel dreunt nog na in onze pan. Zo’n camper is niet echt geschikt voor dit soort wegen en o, o, wat duurt een mijl lang met een zo’n gangetje. Het duurde wel een uur voordat we bij Garnet aankwamen, we moesten de camper parkeren op een gravelplein en we zagen Garnet nog steeds niet. Wat bleek, je moest nog een trail te voet verder afleggen wat we een hele goede zaak vinden, want in een ghosttown horen geen auto’s. We daalden te voet af en de door de bomen verschenen de eerste huisjes. Het was daar super, de tijd had echt honderd jaar stilgestaan. Uiteraard geen enkel comfort die men nu vandaag de dag normaal vindt. We hebben zo’n beetje al de huisjes, winkels, hotel en de saloon bewonderd, er was ook nog een klein visitorcenter, daar waren zelfs een paar mensen om je te woord te staan. Het was dus echt de moeite waard, zie de foto’s. We zijn ook nog even aan de overkant van het weggetje wezen kijken naar de overblijfselen van de goudmijn waar alles om draaide. We besloten om een andere weg terug te nemen, want erger als de heenweg kon het toch niet wezen. Het weggetje liep namelijk door naar de interstate die naar Missoula leidde, waar we eigenlijk op weg naar toe waren, en dat zou 12 mijl zijn. Nou, deze trail was pas echt spannend, het klinkt overdreven maar dit pad was echt niet geschikt voor een camper, meer voor quads of trikes en dan moest je nog aardig uitkijken. Het pad was zo nu en dan gevaarlijk smal, vol met kuilen en plassen, liep langs diepe afgronden, steil naar beneden, de wielen reden op de beide kanten van het pad, dus over 15 km per uur viel nu helemaal niet meer te denken, het werd een kruipgang naar beneden. Het pad was zanderig met puin erin. Het thuisfront zal wel weer denken, ze blijven de narigheid ook steeds wel weer opzoeken. Gelukkig bleef het droog anders hadden we toch wel een probleem gehad, laat staan dat we een sneeuwbuitje hadden gehad wat ook niet onwaarschijnlijk was geweest. Cor genoot met volle teugen maar ik zat echt wel met het zweet in mijn handen, de afgrond zat namelijk aan mijn kant. Poehee. Toen we lager tussen de bergen kwamen werden de paden iets beter, maar dat was zeker pas na 3 kwartier. Uiteindelijk kwamen we helemaal beneden maar het was nog steeds een primitieve weg. Na totaal anderhalf uur gehobbeldebonk kwam er ook weer wat tekenen van leven in beeld, hier en daar een verscholen huisje tussen de bomen en op een gegeven ogenblik hadden we weer asfalt onder de wielen en het servies kwam tot rust. Al met al had het toch niet zoveel brandstof gekost want als je daar toch met een lege tank had gestaan…….dan had je waarschijnlijk wel het nieuwsblad van Missoula gehaald en het had waarschijnlijk ook wel een hele eenzame nacht geworden daar boven. Na een stukje parallel langs de interstate gereden te hebben gingen we hem op. Bij de eerste de beste benzinepomp zijn we gestopt, bij (Bill) Clinton. De Koa camping waar we naar op weg waren in Missoula was snel gevonden dankzij Tomtom, toen lekker warm gegeten in de camper want we hadden er honger van gekregen. Zo, dat was weer een heel onverwacht avontuur, daar hadden we vanmorgen niet op gerekend. We dachten van een rustig tourtje naar Missoula………..

Onderstaand het routekaartje van de afgelopen 4 dagen:        Tot blogs!

Red_lodge_tot_missoula

Na lekker geslapen en ontbeten te hebben (het was net even te koud om buiten te eten) gingen we met stralend weer aan de rit. We gingen op zoek naar de winkelstraten van Missoula (downtown). We gingen even de verkeerde kant op, Cor reed een blok om terug te keren, we draaiden een drukke kruising op zonder stoplichten, het een en ander stond stil dus Cor dacht die Amerikanen denken ach, laat die tourist maar even met zijn campertje maar daar kon een politiemotoragentje zich niet helemaal in vinden in Cor zijn manouvre. Cor had hem al zien komen, bij de kruising draaide hij gelijk achter ons aan, Cor dacht, het zal toch niet? Maarja hoor, daar klonk een, twee, drie de welbekende amerikaanse sirene achter ons. We keken elkaar aan… whaha…is dat voor ons? Hoe werkt dat hier ook al weer? De agent parkeerde zijn motor achter de camper en was dus even uit zicht. Cor vast zijn raam open gedaan, en netjes wachten, dat zien zien we namelijk wel eens op films, wij allebei naar links kijken, wachten op oom agent en wat denk je, staat ie al een tijdje te wachten aan mijn kant en begon al te kloppen op het raam. Poehee, schrok me dood, gauw mijn raam open, kon mijn lachen eigenlijk niet houden maar hij stond met een ijzeren gezicht te kijken. Ik gelijk, eh officer we are from the Netherlands, maar daar had ie niets mee te maken. Papers, drivers licence please…. Cor zijn engels is toch al niet zo florissant dus die dacht nu ik hou me helemaal van de superstomme, wat stommen en brutalen hebben soms de halve wereld nietwaar… Maar goed hij wilde het rijbewijs zien en de camperhuurpapieren, of die op onze naam stonden, wat denk je, laat ie alles vallen en de boel waaide onder de camper dus opeens zag ik dat agentje niet meer, die lag op zijn buik onder de camper. Cor tegen mij, waar is ie nou? Ik schiet me toch in de lach en toen ie weer boven kwam moest ik gelijk weer mijn gezicht in de plooi doen, nou dat viel even niet mee. Afijn hij gaf de hele paperassenhandel weer aan ons, we dachten nu gaat het gebeuren, de prent, maar nee, hij stak een schoolmeesterachtig vingertje omhoog en we kregen een standje voor de foute verkeersmanouvre. Hij wilde gelijk weer gaan en was al halverwege de camper toen Cor hem terugriep en hij kwam ook nog. Cor gaf hem de vijf en bedankte hem, er kwam zowaar een soort van grijns op de agent zijn gezicht. Hij vertelde ons ook nog even hoe we het beste in downtown konden komen. Daar hebben we even lekker geshopt en Starbucks coffe geleuterd op een terras in ons tshirt in de zon, tussen allemaal studentjes want het is een universiteitsstad, Missoula. Van schrik ook nog even langs een Walmart, dat was waarschijnlijk nu echt de laatste van deze trip. Tegen half vier begonnen we aan de etappe van deze dag, toen moesten we toch nog even 250 km wegtrappen. We gingen over een mooie route, de 83 richting noord, langs Seeley Lake. De bergen om ons heen krijgen steeds meer sneeuw en we zien ook sneeuwluchten erboven hangen, een heel mooi gezicht. We hebben een Rv park gezocht in Columbia Falls en daar staan we nu. We hebben net lekker gegeten in het stadje bij local tent, dat is altijd leuk. Wat ik ook nog even wil vertellen is dat er een hoop visitorcenters, bergpassen, campings etc., achter ons worden gesloten en dat we nog net overal door en bij kunnen komen. Dit is ook echt wel de laatste maand dat je in dit gebied met een camper kunt rondreizen. De camping waar we morgen als laatste heen gaan, de Koa in st. Mary, gaat ook van het weekend dicht en de Going To The Sun Road schijnt al een tijdje te zijn afgesloten.

De speciale groeten gaan dit keer naar Elissa, die met mijn merrie Billy Jean dan eindelijk L dressuur mag starten, na een geweldige proef afgelopen zondag, voor de insiders, ze had 192 punten! Verder natuurlijk ook speciale groeten aan Jose, Sandy, Willy en Ans, het gehele Billy Jean Team dus, en reservelid Anja, geweldig bedankt meiden, voor de goede zorgen!  Dan ook nog even een groet aan Maxime die in mijn plaats perfekt de website van manege Kennemergaarde beheert!   Tot blogs!

Redelijk op tijd vertrokken uit Columbia Falls, het klinkt eentonig maar het was weer mooi weer. We gingen oostwaarts, onder het Glacier Park door, passeerden de dorpjes Hungry Horse, West Glacier, ineens zagen we links van de weg een hele mooie tradingpost van indianen, dus weer in de ankers, gekeerd en naar binnen. Als we raak hadden kunnen grijpen in de flappen, en een lege container achter de camper hadden hangen dan hadden we de halve winkel leeggekocht. Fabelachtige mooie indiaanse spulletjes, schitterende schilderijen etc. Maargoed, we hebben wel wat gekocht en na een klein uurtje gingen we weer verder. Ergens in de buurt van Essex, wisten we nog van 5 jaar terug, moest een leuk koffietentje wezen waar we gingen lunchen. Het tentje was volledig vernieuwd, het oude was in lichterlaaie opgegaan. En weer verder via East Glacier naar Browning, een blackfoot indaans stadje. Daar was ook een grote tradingpost waar we al vaker zijn geweest, dus daar ook nog wat geinvesteerd. Toen werd het hoogtijd om naar de laatste pleisterplaats te gaan, de Koa in st. Mary. Daar in de buurt gekomen was het even schrikken, verleden jaar zomer is daar een grote bosbrand geweest van vele, vele hectares groot. Zelfs het dorp st. Mary was geevacueerd maar gelukkig wel bespaard gebleven. Op de mooie camping waar het normaal bruist van de drukte en vele campers en tentjes, was het nu ronduit stil, de campers die er nog waren waren op een hand te tellen. Zondag gaat deze camping dan ook dicht tot het volgende seizoen. We gingen snel aan het werk, douchen, wassen en de koffers inpakken. Rond een uur op half 8 gingen we eten in het volgende dorp Babb, daar is onze favoriete eettent the Cattle Baron waar we onze trip met een riant dinner besloten. Het was weer klasse en zeker een aanrader voor wie daar in de buurt komt. Vervolgens weer terug naar de camping en niet lang daarna aan de laatste nacht begonnen.

Na een onrustige nacht en wat vroeger op als anders, eerst ontbeten en toen aan de slag. De laatste spullen ingepakt, de camper schoongemaakt en opgeruimd. Half elf gingen we rijden en om elf uur waren we al bij de Canadese grens, dat ging soepel, het duurde ongeveer tien minuten. De weg gaat nu recht het noorden in naar Calgary, we passeerden nog wat dorpen en stadjes, in een van die stadjes lastten we een korte break in voor koffie en verder ging het weer. Rond de klok van twee uur kwam Calgary in beeld aan de horizon. Onze Tomtom was al een paar uur een beetje van de rel en we hoopten toch maar dat hij, toen we de voorsteden van Calgary binnendrongen, weer wat beter zijn best zou doen. Maar gelukkig, hij vond weer waar we zaten en ging ons naar de camperverhuur loodsen. Hij bracht ons feilloos naar het Cruise Canada bedrijf na een tocht van ruim 8800 km, een record in onze reiscarriere. Exact half 3 arriveerden we, een half uur voor de limit. We namen met weemoed afscheid van Charley onze trouwe camper. De afhandeling was snel afgewikkeld en pakweg een half uur later reed de taxi voor met een nazaat van Ghandi achter het rad, compleet met tulband op zijn bol, en die bracht ons naar Calgary Airport, waar we nu zijn. We moeten een flinke tijd wachten, het is nu half 6 en om 10 uur gaat het vliegtuig pas, dus ik heb maar even een internetaccount gekocht bij Telus en ben, zoals altijd samen met Cor, het weblog aan het bijwerken. Het volgende log komt hopenlijk vanuit ons huis.

Bij deze willen we iedereen alvast bedanken voor het virtueel meereizen met ons, zowel de mensen die gereageerd hebben als de mensen die anoniem gebleven zijn en willen we degenen bedanken voor de tips voor onze reis die we mogen hebben ontvangen en natuurlijk hopen wij ook dat we een bijdrage hebben kunnen leveren aan diegenen die ook deze contreien willen gaan bezoeken. Natuurlijk zijn er plekken geweest die we niet hebben kunnen aandoen maar soms ben je op de goede plek maar niet op het juiste tijdstip en soms ben je wel op het juiste tijdstip maar niet op de goede plek. Al met al hebben we een geweldige reis gehad waar we weer heel lang op kunnen teren! Nu hopen we nog op een goede vlucht en een behouden thuiskomst. Tot blogs!

Slotblog

Calgary-Amsterdam, vrijdag 28- en zaterdag 29 september

Na de lange wachttijd konden we dan eindelijk de koffers gaan inchecken en daar wachtte ons nog een onaangename verrassing, we moesten bijbetalen voor overgewicht van de koffers. We hadden twee koffers en een reistas maar die bleken toch samen 17 kilo te zwaar te zijn. Of we maar even 50 CanDollar wilden betalen, getver…. Tja, we hadden wel wat kleding ingeslagen maar dat hadden we de vorige keer ook. We gingen daarna door de controles en zijn toen wat gaan eten in de mooie vernieuwde hal van de Calgary Airport wachtruimte. Toen aan boord, we hadden de achterste plaatsen links in het vliegtuig besteld, lekker rustig daar. Aan de andere kant van het gangpad zat een Nederlands gezin dat in Canada woonde, de man was trucker en had dus gelijk gespreksstof met Cor. Die hielden elkaar wel bezig tijdens de reis en ik probeerde wat te slapen wat niet lukte. Tsjonge wat een zit 8,5 uur, je weet niet meer hoe je moet zitten en ik heb dan ook veel gestaan in het achtercompartiment. Eindelijk gingen we de landing dan inzetten, goh wat een bewolking in Nederland, toen we erdoorheen kwamen waren we al bijna op de landingsbaan. Het werd een mooie landing en we waren gelijk bij de gate. Uitstappen, door de douane en koffers ophalen ging vrij snel. We zagen al snel oma staan en Kees, onze zoon. Na een hartelijke omhelzing kwam ook Mark, onze andere zoon aanlopen, die was net klaar met zijn werk. Met zijn allen aan de capuccino bij een leuk tentje in de arrivals hal en even lekker bijgepraat. Kees ging weer verder met zijn werk en Mark bracht ons naar huis. Zo is er een einde gekomen aan een prachtige, geweldige vakantie, waarin we heel veel leuke dingen hebben meegemaakt, veel gelachen hebben, ontroerd zijn geweest van de mooie natuur in het prachtige Amerika en Canada, formidabel weer hebben gehad, kortom het was super!       Zoals Monique en Albert al aangaven, we hebben dit keer minder op stateparks en forestcampings gestaan dan andere jaren maar dat kwam omdat het ’s avonds al vrij snel donker en koud werd en je toch niet meer buiten kon zitten. In dat geval is het gezelliger om op een rv park te staan, je kan dan nog eens het aangrenzende dorp in kuieren, je laptop met internet aanzetten of een gesprek aangaan met je buren op de camping. In de zomermaanden is het natuurlijk leuker om ’s avonds lekker lang bij het kampvuur te zitten in een mooie natuuromgeving maar we waren nu natuurlijk wat later in het seizoen, wat ook weer z’n bekoringen had.                   Het weblog bijhouden hebben we als zeer leuk ervaren en waren steeds weer nieuwsgierig naar de reacties die erop volgden. De volgende keer gaat de laptop zeker weer mee!                               Blijf vooral reageren als je dit weblog gelezen hebt, we kijken namelijk regelmatig of er nog reacties geplaatst zijn.                                Het laatste routekaartje staat hieronder afgebeeld, klik het aan voor een duidelijker versie.

Tot ziens/horens allemaal en tot een volgende reis!

Missoula_tot_calgary

Tagwolk